Bewegen is complex
Opstaan uit het hondenbed, springen over een boomstam of behendigheidshindernis, omdraaien bij het hier komen, om een paar fysieke (honden)acties te noemen… Maar al deze acties vragen om goed gecoördineerde bewegingen vanuit een goed ‘gebalanceerd’ lichaam.
Om (goed) te kunnen bewegen zijn een aantal grondmotorische basiseigenschappen noodzakelijk: kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, lenigheid en coördinatie.

Een hond gebruikt nooit een enkele spier apart, bijna elke lichaamsbeweging vergt een opvolgende of gelijktijdige aanspanning van verschillende spieren. Simpelweg ‘lopen’ vergt aanspanning van spieren in de verschillende poten, de romp en schouders van verschillende intensiteit en duur. Elke beweging van een lichaamsdeel bestaat uit meerdere bewegingen in gewrichten, in de juiste volgorde en van voldoende duur, om zo te resulteren in een vloeiende, gerichte beweging. Dit is de basis van coördinatie, hetgeen op zichzelf weer de basis is voor alle motorische vaardigheden.

Met alleen coördinatie is de hond er echter nog niet. Met letterlijk 4 pootjes op de grond, met de aanwezigheid van de zwaartekracht is balans een andere noodzakelijkheid om te kunnen bewegen. Voor viervoeters is het relatief ‘makkelijk’ in balans te blijven met een groot oppervlak tussen de verschillende poten (vergelijk dit met mensen die hun balans op twee voeten moeten handhaven). Maar ook pups en jonge honden moeten leren hun balans te vinden en behouden in verschillende acties, lopen, zitten, liggen, springen, draaien, spelen, reiken met een poot. Naarmate de hond ouder wordt (en we met hem gaan trainen), komen daar allerlei activiteiten bij, van het sturen van treibballen in de gewenste richting tot het belopen van een behendigheidsparcours.

 

 
 

Groeien en ontwikkelen
Door training worden bewegingen verfijnder, vanuit simpele vaardigheden kunnen complexere bewegingen ontwikkeld worden. Een pup die zijn eerste pasjes maakt en daarbij letterlijk stapje voor stapje balans moet zoeken, met kleine ‘stokkende’ pasjes omdat een poot optillen de net gevonden balans verstoord, ontwikkelt naarmate hij ouder wordt grotere en langere soepele en complexere bewegingen. Zo begint het nemen van een hindernis in de behendigheid begint aanvankelijk met lopen, het richten op en inschatten van een sprong, de daadwerkelijke sprong en landing en dan opnieuw balans zoeken en doorlopen. Door training en ervaring wordt dit uitgebreid naar springen vanuit een draaibeweging, langere of kortere sprong om snel weer links- of rechtsom te draaien of een tempoversnelling te maken om zo een snelle tijd in agility neer te zetten.
Ondanks dat het niet altijd zo duidelijk is vereisen de meeste motorische vaardigheden een goede balans en coördinatie, motoriek ‘ontwikkelt’ door ervaringen op te doen (te oefenen).

 

 

Bewegen vanuit het hoofd, de hersenen en het zenuwstelsel
In de tweede helft van de negentiende eeuw werd door Fritsch and Hitzig in Duitsland, ontdekt dat door het elektrisch prikkelen van bepaalde delen in de hersenen van de hond, spieren in het lichaam bewogen konden worden. Wetenschappers ontdekten vervolgens steeds meer over de invloed van de hersenen op beweging en coördinatie van bewegen.
De hersenen en het zenuwstelsel zijn nauw verbonden en werken samen in het initiëren, produceren en controleren van gecoördineerde bewegingen en het behouden van balans in het lichaam. Het grootste deel van de hersenen van de hond is ‘ingesteld’ op beweging.


Hoe gaat dat nu eigenlijk, bewegen?
De zenuwcellen in het lichaam (afferente cellen) sturen constant informatie naar de hersenen over de positie van het lichaam en de afzonderlijke delen ervan; staan of zitten, over welke poten is het lichaamsgewicht verdeeld, is er een poot in de lucht (of twee) enzovoorts. Gebaseerd op die informatie sturen de hersenen weer ‘bericht’ (via efferente cellen) naar de spieren om positie te behouden of om een stap te zetten. Via het ruggenmerg en de zenuwen verlopen de (motorische) prikkels naar de juiste spieren. Sommige spieren zorgen dat een gewricht buigt, andere zorgen voor strekking, in de juiste combinatie en sterkte van aanspanning van de afzonderlijke spieren treedt er een gecoördineerde beweging op. De ene poot wordt opgetild, terwijl de andere uitstrekt en contact met de grond behoudt. Zo wordt elke verandering van positie van iedere spier, elk gewricht telkens terug gekoppeld naar de hersenen (door sensorische prikkels), dit is het lichaamsbewustzijn, het weten dat bijvoorbeeld een poot in de lucht is. Naast lichaamspositie worden door sensorische prikkels ook sensaties als pijn, temperatuur, aanraking gevoeld.

 

 

De neus achterna
De gemiddelde hond loopt eigenlijk altijd, letterlijk, zijn neus achterna. De achterkant loopt bijna automatisch de voorkant achterna en de gemiddelde hond vergeet vaak dat hij een achterhand heeft. Laat staan dat hij ervan bewust is dat hij zijn achterpoten ook nog bewust kan aansturen. Precies daaraan wordt gewerkt bij balans en coördinatietraining.

 
 

Honden sporten
Er wordt heel wat getraind en geoefend met honden, veel hondeneigenaren beoefenen een sport of activiteit met hun hond. Van de vijf grondmotorische eigenschappen worden uithoudingsvermogen en snelheid meestal wel ‘uitgebreid’ getraind. Heel vaak wordt er sportspecifiek geoefend, in de behendigheid komen de toestellen en het lopen van parcoursen aan bod. Bij flybal wordt aandacht besteed aan ‘de bak’, het vangen van de ballen en het nemen van de hindernissen, liefst ook nog een beetje op snelheid en in teamverband. In veel gevallen wordt er weinig aandacht besteed aan de ‘voorwaardenscheppende’ training van coördinatie (en laten we hierbij kracht ook niet vergeten).
Door het trainen van coördinatie (en balans), wordt de sporthond meer bewust van zijn lichaam, spieren gaan efficiënter samenwerken en de hond wordt sterker en kan zijn lichaam beter aansturen. In veel gevallen resulteert dit in verbetering van prestaties en in ieder geval in kleinere kans op blessures!

 

 

Veroudering
Tijdens het ouder worden verliezen honden, net als mensen, zenuwcellen (neuronen), hierdoor wordt bewegen minder makkelijk. Het starten van een beweging gaat minder snel, het behouden van balans wordt moeizamer en de coördinatie gaat achteruit.
Om het lichaam in goede vorm te houden is het belangrijk dat de hond gezond leeft. Voeding heeft direct invloed op de opbouw en kwaliteit van spieren, botten, gewrichten en zenuwweefsel. Training en voldoende fysieke activiteit dragen bij aan het gezond ouder worden en het verminderen van de risico’s op fysieke problemen en ziektes. Door fysieke activiteit en training worden botdichtheid, spiermassa en spierkracht behouden.
Balans- en coördinatietraining bij oudere honden zorgt voor beter lichaamsbewustzijn, en betere aansturing van spieren waardoor bewegingen makkelijker en vloeiender kunnen worden uitgevoerd en fysieke activiteit makkelijker gehandhaafd kan worden.
.